Hoe ontstaat een allergie

Ontstaan van een allergie

Bij een allergie reageert het afweersysteem op stoffen die eigenlijk niet schadelijk zijn voor het lichaam. Een allergie kan op verschillende manieren ontstaan. Zo spelen erfelijke factoren, maar ook omgevingsfactoren een rol. 

Erfelijke factoren

Er is helaas nog heel veel onduidelijk over het ontstaan van allergieën en de erfelijke factoren. Heeft een kind twee allergische ouders? Dan is de kans 60 procent dat het kind zelf ook een allergie zal ontwikkelen. Bij één allergische ouder is deze kans 40 procent en bij geen allergische ouders is de kans 10 procent. Het is echter niet erfelijk bepaald waarvoor je allergisch wordt. Dat hangt vooral af van welke stoffen en in welke hoeveelheid iemand wordt blootgesteld in zijn of haar leven. 

Omgevingsfactoren

Omgevingsfactoren richten zich vooral op de hygiëne hypothese. Door drie belangrijke veranderingen in onze omgeving ten opzichte van vroeger, maken we minder infecties door en wordt het afweersysteem minder getriggerd. Hierdoor richt ons afweersysteem zich veel vaker op allergenen. De veranderingen bestaan uit het afnemen van het aantal kinderziekten door vaccinaties, de verbeterde voeding en de verbeterde hygiëne in het algemeen. Deze theorie wordt ook wel de hygiëne hypothese genoemd. 

Ontwikkeling van een allergie

Iemand die allergisch is, krijgt klachten bij contact met een bepaalde stof, bijvoorbeeld door ze te eten, drinken, in te ademen of toegediend te krijgen (medicatie). De reactie komt voort uit de allergische afweerstoffen die het lichaam aanmaakt tegen eiwitten, allergenen genoemd, in bepaalde bronnen. Bij een dierenallergie kleven deze allergenen aan de huidschilfers. Bij hooikoorts kun je de allergenen via het stuifmeel inademen. 

In het lichaam komen dan stoffen vrij die acute klachten veroorzaken. Denk dan aan niezen, jeukende ogen of een astmatische aanval. Maar ook aan langdurige klachten, zoals een allergische chronische ontsteking met zwelling in de slijmvliezen. Dit komt doordat antistoffen zich aan mestcellen hechten. Deze mestcellen vind je terug in onder andere de longen, neus, ogen, darmen en huid. Je merkt er niets van dat er antistoffen aan de mestcellen gehecht zitten. Dit kan zelfs maanden tot jaren aanhouden. Als een allergeen dan op een gegeven moment in contact komt met de mestcel waaraan de antistoffen zijn gehecht, worden deze geprikkeld en geven stoffen vrij, waaronder histamine. Histamine is een stof die de uiteindelijke allergische klachten veroorzaakt.