Allergie of intolerantie

Allergie of intolerantie

Allergieën en intoleranties zijn allebei overgevoeligheden. Bij een allergie is het afweersysteem betrokken en bij een intolerantie niet. Een intolerantie heeft geen allergische oorzaak. Is er sprake van een overgevoeligheid of een toevallige samenloop van omstandigheden?

Overgevoelig of toevallige samenloop?

Onverwachte klachten na contact met een bepaalde stof, inname van voeding of toediening van medicatie geven al snel het idee dat je allergisch reageert.  Wanneer men zegt allergisch te zijn voor bijvoorbeeld pinda, omdat er klachten ontstaan na inname van een pinda, worden twee aannames gedaan. Namelijk dat de klachten ook daadwerkelijk door de pinda veroorzaakt worden en dat de oorzaak van de klachten het gevolg is van een allergische reactie.

Uit onderzoek blijkt dat gemiddeld slechts 1 op de 10 patiënten echt allergisch is. Na het uitvoeren van een allergisch onderzoek blijkt vaak dat:

  • De klachten niet het gevolg zijn van het contact, zelfs als deze klachten sterk doen denken aan een allergie

Voorbeeld: Een kind krijgt uitslag tijdens het gebruik van antibiotica. Uit allergietesten blijkt dat het antibioticum niet de oorzaak is, maar waarschijnlijk de infectie waar het antibioticum voor werd voorgeschreven.

  • De klachten niet passen bij een allergie, maar bij een andere vorm van overgevoeligheid

Voorbeeld: Een jongen met buikkrampen, opgeblazen gevoel, misselijkheid en diarree na inname van melk. Het gaat hier dan waarschijnlijk om een melksuiker (lactose) intolerantie en niet om een allergische reactie.

  • De klachten wel passen bij een allergie, maar een allergie niet de oorzaak is

Voorbeeld: Een vrouw krijgt tijdens een onderzoek met een röntgencontrastmiddel last van galbulten. Contrastmiddel lokt bij een aantal mensen galbulten uit, maar de oorzaak is niet allergisch. Wanneer deze mensen van tevoren beschermende medicijnen krijgen in de vorm van antihistaminica en prednison, kunnen de galbulten in de meeste gevallen onderdrukt worden. Bij een allergie helpen deze medicijnen onvoldoende.

Wat is een allergie

Een allergie is een verkeerd gerichte reactie van het afweersysteem tegen in de omgeving aanwezige stoffen, die normaal niet schadelijk zijn voor het lichaam.  

Deze stoffen betreffen eiwitten in voedingsmiddelen, stuifmeel van grassen en bomen, huisstofmijten, (huis)dieren, latex of insectengiffen. Een geneesmiddel is (veelal) geen eiwit  en kan meestal op zichzelf geen allergie opwekken. Wanneer het geneesmiddel gekoppeld wordt aan een lichaamseigen eiwit, kan het afweersysteem het geneesmiddel herkennen en reageren.

We spreken van een auto-immuunziekte wanneer het afweersysteem zich tegen de in het lichaam aanwezige stoffen richt.

Wanneer kan gedacht worden aan een allergie?

  • Enkele dagen of weken na contact met crèmes ontstaat eczeem (contactallergie)
  • Na inname van bijvoorbeeld een pinda ontstaan direct galbulten, misselijkheid en buikkrampen (acute voedselallergie)
  • Enkele dagen na inname van het medicijn amoxicilline ontstaan rode of witte bultjes over het hele lichaam (late reactie op geneesmiddel)
  • Iemand die elke keer in de buurt van een kat benauwd wordt (huisdierenallergie)
  • Altijd veel moeten niezen in april met een jeukende neus en rode ogen (hooikoorts)
Acute allergie

Bij een acute allergische reactie worden afweerstoffen aangemaakt tegen bijvoorbeeld eiwitten in voedingsmiddelen, giffen van wespen of stuifmeel van bomen. Wanneer je deze afweerstoffen eenmaal hebt, dan kunnen ze bij een volgend contact  met het eiwit (allergeen) onmiddellijk leiden tot het vrijkomen van stoffen uit zogenaamde mestcellen. De stoffen uit mestcellen veroorzaken galbulten, zwellingen, jeuk, verstopte neus, astma en buikkrampen. Bij ernstige allergische reacties (anafylaxie) zijn er soms ook bloeddrukdaling, een dichte keel of zelfs collaberen (flauwvallen/ineenstorten).

Een aantal acute allergieën komen vaak tegelijk of na elkaar in het leven bij dezelfde persoon voor. Dit zijn voedselallergie, hooikoorts en astma. Deze mensen hebben ook vaak eczeem op kinderleeftijd gehad. Hier bestaat een genetische aanleg voor. Deze genetische aanleg voor deze aandoeningen wordt atopie genoemd.

Late allergie

Bij een late allergische reactie treden de klachten pas na uren, een dag of meerdere dagen op. Soms zelfs pas na enkele weken. Een late allergie wordt veroorzaakt doordat bepaalde witte bloedcellen reageren met stoffen in bijvoorbeeld crèmes of geneesmiddelen (niet op voeding). Dit leidt tot een reactie in de huid en soms ook tot een reactie in andere organen, zoals de lever en nieren. De reactie in de huid kan eruitzien als eczeem (bijvoorbeeld allergisch eczeem) of als rode  en paarse vlekjes,  bobbeltjes, blaren of pusteltjes. Er is enige tijd nodig tussen het herkennen van de stof en het ontstaan van de reacties. 

Intolerantie

Een intolerantie is een vorm van overgevoeligheid waarbij het afweersysteem niet de oorzaak is. Er zijn een paar bekende intoleranties, waaronder melksuiker (lactose-intolerantie), pijnstillers (NSAID intolerantie) en contrastmiddel-intolerantie.

Bij een intolerantie:

  • Worden bepaalde enzymen geblokkeerd (NSAID intolerantie)
  • Ontbreken bepaalde enzymen (hierdoor wordt melksuiker bij een lactose-intolerantie niet goed afgebroken)
  • Zorgen stoffen voor een afgifte van stoffen uit mestcellen, zonder tussenkomst van het afweersysteem (contrast intolerantie)

Andere ongewenste reacties

Overgevoeligheden bestaan uit intoleranties en allergieën. Ook bestaan er andere ongewenste reacties, bijvoorbeeld bijwerkingen, aversie of een voedselvergiftiging. Deze reacties zijn niet het gevolg van een overgevoeligheid van een persoon voor de stof, maar een directe schadelijke werking van een stof of een psychologische reactie op een stof.

Diarree bij antibioticagebruik of jeuk bij morfinegebruik zijn bekende bijwerkingen. Een vieze smaak in de mond na het eten van spruitjes is geen allergie, maar een afkeer voor bepaalde groente, aversie genoemd, waarbij een persoon ook kan gaan braken. Deze klachten zijn het gevolg van aangeleerd gedrag. Klachten van misselijkheid, diarree en buikpijn enkele uren na het eten van een voedingsmiddel betreft vaak een voedselvergiftiging (intoxicatie). Zeker wanneer andere mensen hetzelfde hebben gegeten en dezelfde klachten krijgen.

overgevoeligheid.png